woensdag 26 augustus 2009

"Gezond verstand werkt niet bij ergonomie"

Interactie mens-techniek/Gerard Verhoogt
Foto/Bram Saeys
"Een van de knapste informatici die ik ken, heeft al twee jaar de melodie uit Carmen als herkenningstune op zijn mobiele telefoon. Hij schaamt zich er zelfs voor. Hij heeft 79 andere melodieën beschikbaar, maar hij kan er niet één van programmeren", vertelt prof.dr Don Bouwhuis. Het is slechts één van de vele voorbeelden die hij uit zijn mouw schudt van wat er mis kan gaan in zijn specialisatie: de interactie tussen mens en techniek. Bouwhuis werkt al sinds 1969 bij het IPO, vanaf 1998 bij Tema en hij is in april benoemd tot directeur van de onderzoeksschool Dr. J.F. Schouten School for User-System Interaction Research.


De technologie sluipt op allerlei manieren en niveaus ons leven binnen en dat is niet te stoppen. Alleen weten technische ontwerpers volgens Bouwhuis te weinig van de mens en zijn functioneren in zijn omgeving, terwijl dat wel noodzakelijk is voor een succesvolle gebruiker. Dat neemt hij ze echter niet kwalijk: "Het zit niet in hun opleiding en de techniek ontwikkelt zich razendsnel. Eigenlijk krijgen alleen TEMA-studenten les in de combinatie van mens, techniek en omgeving." Naast zijn werk bij het IPO en TM is Bouwhuis als adviseur betrokken bij een aantal praktijksituaties, zoals het ontwerpen van regelkamers in gevangenissen en TBS-inrichtingen. Ook daar schort het een en ander aan. Bouwhuis: "Neem de automatische beveiliging en het alarmsysteem. Er is geen instantie of installateur (ook de Rijksgebouwendienst niet) die weet hoe dat tegelijk foutloos èn prettig kan werken. De veiligheidseisen van het ministerie moeten technisch mogelijk zijn (en dat is al moeilijk genoeg) en dan komt de techniek nog eens over je heen walsen. En dat wordt er niet beter op in de toekomst."
Als voorbeeld noemt hij de centrale post en de toegangscentrale. Beiden moeten de inrichting als geheel kunnen overzien, want deuren moeten open om de groenteman binnen te laten of patiënten door te laten. Bouwhuis signaleert tal van vragen: "Er worden steeds meer bewakingscamera's gebruikt. Maar wat is een goede plaats en een goede manier om twaalf monitoren op te hangen? En hoe moet je twaalf doordraaiende videoschermen bijhouden, welk beeld moet dan wanneer op welk scherm verschijnen? Waar moet alle kennis trouwens geconcentreerd worden, bij de portier of bij de centrale post? Het meest voor de hand ligt om ze bij elkaar te zetten. Dan kunnen medewerkers overleggen en het werkt geldbesparend. Maar dat is geen traditie, die posten hadden van oudsher een andere functie, dus zaten ze op een andere plaats."
Het is toch logisch om ze bij elkaar te zetten?
Bouwhuis: "Gezond verstand werkt niet bij ergonomie, anders waren video's of mobiele telefoons wel gemakkelijker te programmeren. Met gezond verstand ga je uit van eigen ervaringen en eigen achtergronden. En die is voor elk mens anders, maar de ontwerper denkt te vaak: de gebruiker is de ontwerper."
Soms ontstaan inzichten ook bijna toevallig. Een medewerker van Bouwhuis had RSI en gebruikte een spraakherkenningssysteem. Hij vertelde dat het niet om de beste spraakherkenning gaat, want elk programma maakt fouten. Je kiest het programma dat het gemakkelijkst de fouten herstelt en daar verschillen ze sterk in.

Mobiele telefonie
Sinds april is Bouwhuis directeur van de J.F. Schouten School for User-System Interaction Research. Een van zijn eerste taken is de her-erkenning van de Onderzoeksschool door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bouwhuis beschouwt dat als een zeer serieuze zaak, want ook het onderzoek verandert dynamisch met technologie en maatschappij. Maar: "We zijn redelijk uniek in Nederland met de verbinding tussen technologie en gedragswetenschappen. Het centrale thema is menselijk interactief gedrag in een technische omgeving. Iemand is bezig met technologie en de vraag is: welk gedrag ontwikkelt zich daar en hoe kun je dat met een ontwerp ondersteunen?"
In de J.F. Schoutenschool was het IPO van oudsher vooral (inter)nationaal bekend met zijn spraakonderzoek, maar dat zit nu in een overgangssituatie. Het maken van goede spraakcomputers bleek, ook wereldwijd, erg moeilijk.
Bouwhuis: "De algemene kwaliteit van de spraaksynthese is matig en dat is momenteel niet echt op te lossen. Maar op het gebied van spraakcodering is in datzelfde onderzoek enorme voortgang geboekt, en dat heeft in feite de huidige mobiele telefonie mogelijk gemaakt. Veel van de daarvoor benodigde basistechnologie werd op het IPO ontwikkeld. Al wisten ze toen niet dat het daarvoor toegepast zou worden."
"Momenteel ligt het accent sterk op onderzoek naar visuele en auditieve, meestal virtuele omgevingen. Technisch kun je tegenwoordig behoorlijk realistisch aandoende ruimten creëren. Maar het aantal technische keuzes dat je daarin moet maken, is zo groot dat ontwerpers veel meer willen weten over wat effectief is om die ruimtes als realistisch te ervaren. In dit soort onderzoek en naar de evaluatie van 3D-beelden, zijn we heel goed geworden en er is een markt voor.
Tv-makers en telecom bedrijven blijken geïnteresseerd in vragen als: 'Hoe komt mijn beeld over', ook ten aanzien 3D-tv en virtual reality en de vraag is welke vereisten daar voor nodig zijn. Postorderbedrijven die online gaan, willen dat heel graag weten. Je kunt veel technische varianten maken, maar welke is de beste? Wat vinden mensen leuk aan 3D? En wat is 'leuk' eigenlijk? Daar wil men graag antwoord op voor men gaat investeren. Maar niemand blijkt dat te weten."

Kids-Lab
Waar gaat de onderzoeksschool zich de toekomst op richten?
Bouwhuis: "Een belangrijk item wordt 'vertrouwen' in de omgeving. Dat is in eerste instantie iets tussen personen, maar daar komen steeds meer (anonieme) systemen tussen en in hoeverre kun je die vertrouwen? Bij een college Informatie Ergonomie ontdekten studenten, die eerst heilig geloofden dat alles goed werkte, vier ernstige fouten in geldautomaten waar de leverancier en de bank nog niets van wisten. Ze ontdekten ook dat de correctieknop niets herstelt, maar gewoon teruggaat naar het begin van het proces. Daar zit natuurlijk wel een gedachte achter ('de bank mag niet de dupe worden'), maar het systeem houdt geen rekening met het begrip van de gebruiker."
Gekoppeld aan dit thema is 'controle': wat voor invloed heb ik op wat er gebeurt, bijvoorbeeld bij robotica of de zogenaamde smart rooms, die inspelen op individuele behoeften van gebruikers. Kun je daar zelf iets aan doen en wil je dat?
Bouwhuis: "Ik ken iemand met een smart room die 's avonds regelmatig in het donker zat. Het detectiesysteem voor het licht was gebaseerd op beweging. Als de persoon met de hand schreef, bewoog hij te weinig en ging het licht uit."
Een van de nieuwe items die aan bod komen bij de her-erkenning is het Kids-Lab, met de kamer als speelgoed voor kinderen tot vier jaar. Er komen patronen op de muur en de vloer en dan wordt gekeken hoe kinderen daar mee om gaan. De héle kamer als speelgoed dus. Het doel is meer op kinderen individueel in te kunnen spelen. "Maar ook het onderzoek naar mobiele telefonie blijft actueel. Providers zijn geïnteresseerd in vragen als: 'Welke applicaties kan ik stimuleren, wat wil een gebruiker op zijn scherm zien? Welke faciliteiten worden veel gebruikt, welke niet, welk belgedrag hebben gebruikers?' Dat is nog grotendeels onbekend. Net zoals het nog enigszins onduidelijk is waarom SMS populair is geworden. Eigenlijk is de totale functionaliteit van mobiele telefonie nog onbekend. En die wordt bepaald door de mensen die het product en de infrastructuur gebruiken en telkens nieuwe mogelijkheden ontdekken. Niet door de ontwerpers."/.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen